“Wij hebben al zeven plastic zakken gevonden!” Hannah en Eline zijn nauwelijks meer bij te houden. Met een juttas in de ene hand en een handschoen aan de andere, struinen ze samen met hun klasgenoten door de buurt rond de St.Josephschool. Elk stukje plastic, papiertje of blikje dat ze ontdekken, wordt enthousiast opgeraapt. Wat begon als een les over de plastic soep is inmiddels veranderd in een fanatieke zwerfafval jacht.
De vier groepen 6 van de Josephschool kregen vorige week een Plastic Soep-les van We Are Nature. De lessen worden dit jaar voor het eerst aangeboden aan zestien Leidse schoolklassen in groep 5 tot en met 8. De lessen zijn mogelijk gemaakt door een samenwerking tussen de gemeente Leiden en We Are Nature. De gemeente vindt het belangrijk dat kinderen leren over afval, de gevolgen daarvan voor de natuur en de plastic soep. We Are Nature zet zich met verschillende projecten in voor een schonere Noordzee en meer bewustwording over de gevolgen van plastic afval.
Van gebruiksvoorwerp naar afval
In de klas neemt plasticsoep juf Lisa de leerlingen mee in het verhaal achter de plastic soep. Ze vertelt over kapitein Charles Moore, die in 1997 grote hoeveelheden plastic afval op zee ontdekte. Plastic is inmiddels niet meer weg te denken uit het dagelijks leven. De kinderen worden daarom eerst aan het denken gezet: hoeveel spullen hebben zij zelf eigenlijk die van plastic zijn?
Daarna wordt gekeken naar de keerzijde. Want plastic is handig zolang het wordt gebruikt, maar kan grote problemen veroorzaken wanneer het als afval in de natuur terechtkomt. En lang niet al dat afval is zichtbaar. Onder het wateroppervlak kunnen grote hoeveelheden afval ronddrijven en plastic kan uiteenvallen in steeds kleinere stukjes: microplastics.
Wat gebeurt er vervolgens met die kleine deeltjes? De kinderen leren over de voedselketen. Een vis kan plastic aanzien voor voedsel en het opeten. Een grotere vis eet vervolgens die vis. Zo kan plastic steeds verder door de voedselketen bewegen. “Wie lust er ook graag een visje?” vraagt juf Lisa. Een groot aantal vingers schiet omhoog.
Zelf iets kunnen doen
De les gaat niet alleen over het probleem. De kinderen denken ook na over oplossingen en over hun eigen gedrag. Een herbruikbare drinkbeker of bidon meenemen in plaats van iedere dag een nieuw drinkpakje is bijvoorbeeld een eenvoudige keuze waarmee afval kan worden voorkomen.
Ook de afval ladder komt aan bod. Eerst wordt gekeken of afval voorkomen kan worden. Daarna komen hergebruik en recycling. Verbranden om energie terug te winnen volgt en afval storten staat onderaan de ladder. Na ongeveer veertig minuten theorie is het tijd om naar buiten te gaan. Iedere leerling krijgt een juttas en handschoenen. De klas gaat de straat op om zelf te ervaren hoeveel afval er eigenlijk in de omgeving ligt.
‘Ik zag hem eerder!’
Het duurt niet lang voordat de kinderen volledig opgaan in het jutten. Ze stuiven op ieder stukje afval af dat ze zien. Soms leidt dat zelfs tot kleine discussies; “Ik zag hem eerder!” In de bosjes rondom een middelbare school blijkt opvallend veel afval te liggen. De kinderen vinden peukjes, blikjes, plastic flesjes, snoeppapiertjes, chipszakjes en allerlei stukken plastic waarvan niet direct duidelijk is waar ze vandaan komen. Een lege taartdoos wordt zelfs gevonden. “Jammer dat die leeg is”, merkt een leerling op. Ook onder een putdeksel wordt gekeken. Daar blijken veel peuken te liggen. Eén leerling telt er twintig.
Voor het wat viezere of scherpere afval wordt een grijper gebruikt. Ondertussen leren de kinderen ook beter kijken. “Hoe herken je klein afval snel op straat?” vraagt juf Lisa. “Door de glinstering”, antwoordt een leerling. “Dat valt op!” Hannah en Eline hebben de smaak inmiddels goed te pakken. “Wij hebben echt al een hele volle tas”, vertelt Eline.

22 kilo afval op een dag
Terug op school worden de volle zakken verzameld en gewogen. De teller komt na een uur jutten uit op 8,5 kilo afval. De kinderen reageren aanvankelijk wat teleurgesteld. De klas vanmorgen had 13,5 kilo verzameld. Maar gewicht zegt niet alles, legt juf Lisa uit. Deze groep heeft vooral veel licht afval gevonden: kleine stukjes plastic, papiertjes en ander klein zwerfafval. Samen haalden de twee klassen op een dag 22 kilo zwerfafval van de straat.
Daarna pakken de leerlingen hun wisbordjes er weer bij. Hoe lang blijft een sigarettenpeuk eigenlijk liggen? En een bananenschil? Met een afbraaktijden spel ontdekken de kinderen dat afval soms veel langer in de natuur blijft dan ze verwachten.
‘We moeten de natuur helpen’
Aan het einde van de les wordt gevraagd wat de kinderen hebben geleerd en wat hen het meest is bijgebleven. De antwoorden lopen uiteen. Microplastics worden genoemd, net als het afbraak tijdenspel. Een leerling vindt vooral het samen naar buiten gaan en zoeken naar afval leuk. “En we hebben ook nog twee kikkers gevonden!” klinkt het enthousiast.
Hannah en Eline kunnen inmiddels goed vertellen wat ze hebben geleerd. Hannah noemt de enorme hoeveelheid plastic die op land en in het water terecht komt en vertelt over de zogenoemde bubble barrier, waarmee plastic uit het water kan worden verzameld.
Wat zouden ze zelf anders kunnen doen? Hannah ziet het wel zitten om vaker afval te gaan rapen. “Als ik vrije tijd over heb, kan ik plastic gaan rapen.Ik vond het erg leuk vandaag!”
Eline denkt aan haar eigen gebruik van wegwerpverpakkingen. “Ik kan minder drinkpakjes gebruiken en drinken in een bidon meenemen.”
En als alle kinderen in Leiden deze les zouden krijgen? “Dat is veel beter voor de natuur”, zegt Eline. “Als de hele wereld dat zou doen, zou dat misschien wel helpen tegen klimaatverandering.”
Een paar uur eerder wisten de leerlingen misschien nog niet hoeveel afval er in hun eigen buurt lag. Nu kijken ze anders naar de straat. Een stukje plastic dat eerder nauwelijks opviel, kunnen ze nu niet meer niet zien. De plastic soep lijkt misschien een probleem ver weg op zee, maar voor deze kinderen begint het voortaan om de hoek.